Duitse economie in 2018 1,5% gegroeid

Het bruto binnenlands product (bbp) na inflatiecorrectie lag in 2018 volgens de eerste berekeningen van het Statistische Bundesamt (Destatis) 1,5% hoger dan het jaar daarvoor. De Duitse economie is dus voor het negende jaar op rij gegroeid, maar de groei vertraagt. De voorbije twee jaar was het bbp na inflatiecorrectie telkens 2,2% gestegen. Op langere termijn gezien ligt de Duitse economische groei in 2018 boven het gemiddelde van de laatste tien jaar van +1,2%.

  • © iStock.com/NicoElNino

Groei-impulsen kwamen in 2018 van consumptie en investeringen

Positieve groei-impulsen kwamen in 2018 vooral uit het binnenland: zowel de private consumptie-uitgaven (+1,0%) als de consumptie-uitgaven van de overheid (+1,1%) waren hoger dan het jaar daarvoor. De groei viel echter duidelijk lager uit dan in de laatste drie jaar.

De bruto-investeringen na inflatiecorrectie stegen in totaal met 4,8% in vergelijking met vorig jaar. In uitrustingen werd 4,5% meer geïnvesteerd dan het jaar daarvoor. De bouwinvesteringen stegen met 3,0%; vooral in openbare werken werd duidelijk meer geïnvesteerd dan verleden jaar. De andere voorzieningen, waartoe onder andere de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling behoren, lagen 0,4% boven het niveau van vorig jaar. Bovendien zijn in 2018 de voorraden in de economie vergroot, wat eveneens tot de groei heeft bijgedragen.

De Duitse uitvoer steeg over heel 2018 gerekend verder, maar niet meer zo sterk als de vorige jaren: de uitvoer van goederen en diensten na inflatiecorrectie lag 2,4% hoger dan in 2017. De invoer nam in dezelfde periode met +3,4% sterker toe. De buitenlandse bijdrage remde de Duitse groei van het bbp dus puur rekenkundig licht (-0,2 procent) af.

Opnieuw hoogste niveau bij het aantal werkenden

De economische prestaties in Duitsland werden over heel 2018 gerekend door 44,8 miljoen in Duitsland tewerkgestelde personen geleverd. Volgens de eerste berekeningen waren er dat ongeveer 562.000 meer dan een jaar daarvoor. Deze stijging van 1,3% is hoofdzakelijk het gevolg van een toename van de tewerkstelling met recht op uitkering. Zoals de voorbije jaren al het geval was, hieven een hogere arbeidsmarktparticipatie en de immigratie van arbeidskrachten uit het buitenland ouderdomsgerelateerde demografische effecten op.

Terug