De Duitse markt

© Fotolia/JFL Photography

Met een bruto binnenlands product van meer dan 3000 miljard euro is Duitsland de grootste economie van Europa en de vierde grootste wereldwijd. De Duitse economie steunt in grote mate op een sterk exportbeleid, wat haar zeer aantrekkelijk maakt voor buitenlandse investeerders.

  • De Duitse economie
  • Politiek systeem

De Duitse economie

Heel wat factoren dragen bij tot de aantrekkelijkheid van Duitsland als investeringsland. De arbeidskosten zijn gunstig en het personeel is er hooggekwalificeerd; 81% van de Duitsers heeft een bachelorsdiploma of heeft een beroepsopleiding gevolgd. Dankzij de Duitse wetgeving genieten de werknemers van een stabiele loonsituatie en een aangename werkomgeving; beide belangrijke factoren voor hun prestatie en productiviteit.

Dankzij zijn centrale positie in Europa is Duitsland een zeer aantrekkelijk investeringsland. Het land blinkt uit in vele sectoren, onder meer in de logistiek, waar Duitsland dankzij zijn ervaring kon opklimmen naar de eerste plaats van de door de Wereldbank gepubliceerde Logistic Performance Index (2016).

Duitsland telt heel wat aantrekkelijke sectoren. Als pionier in de milieutechnologie wist het land in alle segmenten samen tussen 6 en 30% van het wereldwijde marktaandeel te veroveren. De Duitse chemiesector staat dan weer op de eerste plaats in Europa - op de vierde wereldwijd - en neemt zo ook een centrale positie in. Maar Duitslands positie zou vandaag nooit zo sterk zijn geweest zonder zijn machinebouw die een mooie reputatie geniet dankzij het “Made in Germany”-label. Dit label mag terecht beschouwd worden als de hoeksteen van Duitslands economie en vormt ook een duidelijke stimulans voor de ontwikkeling van de andere sectoren.

Politiek systeem

Duitsland is een federale staat met 16 regio’s: de Duitse deelstaten. Deze beschikken over een grote autonomie, vooral wat politie, onderwijs en cultuur betreft. Daarnaast dragen ze alle bevoegdheden die de Grondwet niet expliciet aan de federale staat toeschrijft.

De wetgevende macht is verdeeld tussen de twee Duitse kamers: de Bondsdag en de Bondsraad. De Bondsdag, het Lagerhuis van het parlement, heeft de grootste bevoegdheid. Dit orgaan brengt wetsvoorstellen in, overlegt deze, stemt hierover en is verantwoordelijk voor het budgetrecht. De Bondsraad is het Hogerhuis van het parlement, vertegenwoordigt de Duitse deelstaten op federaal niveau en mag eveneens wetsvoorstellen doen. Deze kamer heeft een vetorecht op de door de Bondsdag gestemde wetten; dit vetorecht heeft alleen een opschortend effect als de wet geen rechtstreekse impact veroorzaakt op de autonomie van de deelstaten.

De uitvoerende macht is in handen van de bondskanselier. De bondskanselier wordt door de Bondsdag bij absolute meerderheid verkozen. Hij benoemt de ministers van de regering en bepaalt de politieke richtsnoer. De kanselier neemt ook de rol van bemiddelaar op zich in geval van conflicten tussen de ministers.

De functie van de bondspresident is hoofdzakelijk ceremonieel. Hij doet bijvoorbeeld voorstellen bij de verkiezing van nieuwe bondskanseliers, benoemt hen of trekt de benoeming in. Ook stelt hij de diplomatieke vertegenwoordigers aan. Zijn handtekening is echter in de meeste gevallen slechts geldig bij medeondertekening door de bondskanselier of een verantwoordelijk federaal minister.